De meervoudige impact van hoogbegaafdheid op de vorming van een (in)adequaat zelfbeeld

Veel coachingsklanten komen behoorlijk uitgeblust, gestrest en/of onzeker voorzichtig bij mij aan kloppen voor hulp. Zou het wellicht kunnen, dat er iets van hoogbegaafdheid bij mij speelt? Zou het kunnen, dat er iets meer in mij zit, dan er tot nu toe uitkomt? Ik loop helemaal vast en ik heb eigenlijk geen idee hoe dat komt, laat staan dat ik weet hoe ik eruit kan komen…. Mensen zeggen tegen mij, dat ze mij hoogbegaafd vinden, maar daar snap ik helemaal niets van, ik vind mezelf juist vaak heel erg dom en ik voel me vaak een enorme buitenstaander. Ik begrijp weinig van mijzelf en van anderen …

Dit zijn waarschijnlijk geen uitspraken en vragen die je verwacht bij hoogbegaafde volwassenen. De algemene opvatting is namelijk, dat slimme mensen succesvol zijn en aanzien hebben. Oké, wellicht zijn ze sociaal wat onhandig of onaangepast, maar hé, ze redden zich toch wel, want ze zijn immers zo slim!

Er zijn inderdaad succesvolle, gelukkige en tevreden hoogbegaafden. Het lijkt erop, dat zij van jongs af op verschillende fronten geluk hebben gehad. Zowel met hun hoge intelligentie, als hun persoonlijkheidskenmerken en de context waarin ze zijn opgevoed, opgegroeid en zich hebben kunnen ontwikkelen tot weerbare, flexibele, sociaalvaardige en goed presterende volwassenen.

Inmiddels groeit echter het besef, dat het leven voor veel hoogbegaafden veel minder gunstig verloopt. In dit artikel ga ik in op de invloed die hoogbegaafd zijn heeft op de vorming van een inadequaat zelfbeeld en hoe een latere identificatie als hoogbegaafde alsnog kan leiden tot de vorming van een positiever en adequater zelfbeeld. Met als bonus een toename in zelfbegrip, zelfacceptatie, zelfontplooiing en een grotere mate van psychologisch welzijn.

De inzichten die ik in dit artikel deel, zijn deels gebaseerd op het onderzoek naar levensloopontwikkelingen in het zelfbeeld van hoogbegaafden, dat in het kader van de Master levenslooppsychologie aan de Open Universiteit in 2015 is uitgevoerd door Janet van Horssen-Sollie. Ook heb ik in ruime mate gebruik gemaakt van de ervaringsverhalen uit de (semi) wetenschappelijke literatuur over hoogbegaafdheid en de persoonlijke gesprekken die ik inmiddels zelf met vele hoogbegaafde volwassenen heb gevoerd.

Impact van non-identificatie op de vorming van het zelfbeeld

In Nederland is het heel gebruikelijk dat mensen die nu volwassen zijn, als kind nooit zijn geïdentificeerd als hoogbegaafd. Vroeger was er namelijk nauwelijks kennis over en aandacht voor hoogbegaafdheid. Niet bij kinderen en niet bij volwassenen. Uiteraard bestaan er al minstens een eeuw intelligentietesten en worden die ook gebruikt, maar eigenlijk uitsluitend voor selectiedoelen. Het besef, dat hoogbegaafden anders denken, voelen, waarnemen, verwerken, ervaren en/of doen dan niet-hoogbegaafden, is nog maar enkele decennia aan het groeien. Hetzelfde geldt voor het besef, dat hoogbegaafde kinderen op allerlei vlakken een ontwikkelingsvoorsprong hebben op leeftijdsgenoten en die voorsprong ook levenslang behouden (mits ze opgroeien en leven in omstandigheden die het mogelijk maakt deze bijzondere aanleg te verzilveren).

Iemand wordt geboren met de bedrading en vermogens die behoren bij hoogbegaafdheid. In vergelijking met leeftijdsgenootjes zal een hoogbegaafd kind op allerlei aspecten ander gedrag vertonen dan gebruikelijk is voor die leeftijd. Gek genoeg wordt dat andere gedrag veelal gelabeld als afwijkend én ongewenst. Het kind krijgt hierdoor al heel jong te maken met negatieve reacties en gedragingen van opvoeders, leerkrachten en leeftijdgenootjes. Door gebrek aan (h)erkenning van het gedrag als typisch voor hoogbegaafden, ontwikkelt het kind een inadequaat en hoogstwaarschijnlijk negatief zelfbeeld. Het kind leert niet dat het oké is, leert niet wat zijn of haar daadwerkelijke talenten en vermogens zijn, leert niet om te vertrouwen op het eigen oordeel noch het eigen kunnen. Door een gebrek aan steun en waardering leert het niet om te vertrouwen op anderen. Door een gebrek aan passende leerstof, aandacht en begeleiding is de kans groot, dat het niet leert hoe te slagen voor school en vervolgopleidingen. Door gebrek aan aansluiting met leeftijdsgenootjes mist het de mogelijkheid om goede sociale vaardigheden te ontwikkelen. De kans is groot, dat het hoogbegaafde kind zijn of haar intense en emotionele gevoelsleven niet adequaat leert hanteren omdat het ook hierin niet begrepen en geholpen wordt. Het gevolg hiervan is, dat hij of zij zich afsluit voor de eigen emoties dan wel de emoties periodiek met hem of haar op de loop blijven gaan (met mogelijke psychische of psychiatrische diagnoses als gevolg).

Kortweg kan gesteld worden, dat hoe ongunstiger de opvoed- en opgroeicontext voor een (hoogbegaafd) kind, hoe inadequater en negatiever het zelfbeeld zal zijn. Zowel tijdens de jeugd als tijdens de volwassenheid. Hoe positiever en stimulerender de opvoed- en opgroeicontext voor een (hoogbegaafd) kind, hoe adequater en positiever het zelfbeeld. Een positief en adequaat zelfbeeld draagt bij aan stabiliteit en weerbaarheid in alle levensfasen, op alle levensgebieden en in alle sociale rollen. Een negatief en inadequaat zelfbeeld draagt bij aan instabiliteit en kwetsbaarheid in alle levensfasen, op alle levensgebieden en in alle sociale rollen. Wat de levensverhalen van jongvolwassene, middelbare en oudere hoogbegaafde mannen en vrouwen op indringende wijze onthullen, is het inzicht dat een buitengewoon hoge intelligentie op zichzelf helemaal geen garantie vormt voor een gelukkig en succesvol leven. De crux daarvoor zit mijns inziens in het buitengewoon zijn, dat door de sociale omgeving te vaak niet wordt begrepen, gewaardeerd, geaccepteerd noch gefaciliteerd. Een kind kan zichzelf niet adequaat leren zien, begrijpen en hanteren zonder adequate hulp en steun van buiten. Een hoogbegaafd kind vormt hierin dus geen enkele uitzondering ten opzichte van normaal of laagbegaafde kinderen.

Impact van identificatie als hoogbegaafde volwassene op het zelfbeeld

Omdat de tijd niet teruggedraaid kan worden, is de vraag voor zowel hoogbegaafde volwassenen zelf, als voor hun potentiële hulpverleners, of de effecten van belemmerende factoren in de jeugd en adolescentie in de volwassenheid alsnog kunnen worden goedgemaakt. Valt het zelfbeeld en bijvoorbeeld het psychologisch welzijn nog ten goede te ontwikkelen? Het antwoord hierop lijkt gelukkig in heel veel gevallen een bemoedigend “Ja!” te zijn.

Uit de analyse van levensverhalen van hoogbegaafde volwassenen blijkt, dat het “eindelijk” ontdekken van de eigen hoogbegaafdheid een wezenlijk puzzelstuk oplevert voor het beter leren begrijpen van zichzelf én de eigen historie van (pijnlijke) interacties met anderen. De impact van het ontdekken van de eigen hoogbegaafdheid lijkt voornamelijk af te hangen van de mate waarin het aanvankelijke zelfbeeld afweek van het meer adequate zelfbeeld. De impact van de ontdekking lijkt tevens samen te hangen met de wijze waarop hoogbegaafdheid door de betrokkene als begrip wordt gedefinieerd of als concept wordt ingevuld en begrepen.

Voor wie zichzelf als dommer of zelfs inferieur aan vele anderen was gaan beschouwen, is de impact van de identificatie als hoogbegaafde het grootst en het meest ambigu. Voor wie eigenlijk ergens wel wist (wat) slimmer te zijn dan vele anderen, is de impact van de identificatie geringer en voornamelijk positief.

Positieve én negatieve effecten van identificering als hoogbegaafd

Onder de mensen die ergens in hun volwassen jaren geïdentificeerd zijn als hoogbegaafd, is een minderheid die als scholier al eens een intelligentietest heeft ondergaan. Met de (buitengewoon) hoge score op die IQ-test is toentertijd echter weinig tot niets gedaan. Ouders namen de uitslag als kennisgeving aan en vaak werd ze niet eens besproken met het kind zelf. Ergens zal de wetenschap van een (buitengewoon) hoge intelligentie wel een rol hebben gespeeld in de schoolkeuze (voor) en bejegening van het kind of adolescent, maar de implicaties voor wat betreft het anders dan anderen zijn en ontwikkelen werden toentertijd door ouders/opvoeders en leerkrachten zeker niet doorgrond. Door gebrek aan kennis was hoogbegaafdheid voor niemand een werkelijk issue. Pas na de (her)ontdekking worden de betekenis en implicaties voor de inmiddels volwassen man of vrouw gaandeweg steeds duidelijker. Met de nodige positieve bijstellingen ten aanzien van het zelfbeeld, een beter zelfbegrip, een grotere zelfacceptatie, een grotere mate van zelfontplooiing en een hoger psychologisch welzijn als gevolg.

Voor de andere groep kan de identificatie als hoogbegaafd in eerste instantie een enorme klap betekenen en het proces van bijstellen van het zelfbeeld, het accepteren van de eigenschappen en het verwerken van de negatieve consequenties uit het verleden kan jaren in beslag nemen. De positieve gevolgen van identificatie als hoogbegaafde op volwassen leeftijd zijn het gaan begrijpen en accepteren van de eigen persoonlijkheid, emotionaliteit en autonomie als kenmerken die horen bij het hoogbegaafd zijn. Ook veranderen en verbeteren de zelfbeelden ten aanzien van sociale interacties, zelfsturing, persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing. Door het eigen natuurlijk handelen en reageren, maar ook de eigen positieve en negatieve ervaringen in het leven tot dan toe te kunnen zien vanuit het perspectief van hoogbegaafdheid, vallen “kwartjes als regen uit de lucht” en “dingen als puzzelstukjes in elkaar”. Wat voorheen niet begrepen werd en een gevoel van vervreemding, buitenaardsheid, onmacht, onzekerheid, schaamte en/of woede opleverde, komt allemaal in een begrijpelijker en positiever daglicht te staan. Door de toename van zelfkennis (ook te duiden als een soort inhaalslag), neemt het psychologisch welzijn toe op de domeinen: Zelfacceptatie, Autonomie, Grip op de omgeving, Persoonlijke groei en uiteindelijk ook op het vinden en werken aan het Persoonlijke levensdoel. Een levensdomein waarop het psychologisch welzijn in mindere mate toeneemt is die van “positieve relaties met anderen”. De relatieve uitzonderlijkheid en ongewoonheid of onconventionaliteit blijft namelijk een rol spelen in de omgang met anderen.

Het besef – in zekere mate – anders te zijn dan gemiddeld, helpt om bewuster aangepast dan wel vrijer te acteren in de sociale omgang met andere mensen. Communicatieve en coping vaardigheden kunnen gericht ontwikkeld en ingezet worden. Het bewust opzoeken van meer gelijkbedraden geeft de kans om eindelijk aansluiting bij anderen te ervaren en tevens geaccepteerd, geïnspireerd en op hoog niveau uitgedaagd te worden.

De omgang met andere hoogbegaafden levert echter niet uitsluitend positieve ervaringen op. Hoogbegaafden zijn ondanks saillante overeenkomsten, namelijk vooral ook heel erg verschillend qua persoonlijkheid, interesses, ervaringen, vaardigheden en levenshouding. Een deel is bijvoorbeeld tamelijk verbitterd geraakt en dat botst voor de hoogbegaafden die vooral een positieve grondhouding ten aanzien van hun gaven en eigenaardigheden willen (en kunnen) innemen.

Dat de identificatie als hoogbegaafde ook als een grote klap kan voelen, komt door het besef dat “dingen heel anders hadden kunnen lopen, wanneer het beeld van hen als kind adequater was geweest.” Als hun capaciteiten wel waren onderkent, als ze wel positieve en stimulerende aandacht hadden gekregen, als ze wel de uitdaging en ondersteuning hadden gekregen die hen in staat had gesteld om hun potentieel ten volle te ontwikkelen. Als ze wel hadden geleerd om hun emoties te duiden en hanteren. Als ze wel positieve relaties met leeftijdsgenoten aan hadden kunnen gaan. Als ze zichzelf niet keer op keer hadden hoeven te verloochenen ….

Naar een nieuw evenwicht

De vaak plotselinge identificatie als hoogbegaafde leidt voor veel hoogbegaafde volwassenen dus tot een periode waarin een veelheid aan emoties op kunnen gaan spelen. Variërend van opluchting en blijdschap (ik ben dus toch níet gek; ik kan inderdaad toch wél wat; eindelijk snap ik waarom ik me altijd anders heb gevoeld), verwarring en ongeloof (het moet om een vergissing gaan; ik ken veel slimmere mensen; ik kan helemaal niet goed leren), tot bijvoorbeeld woede en verdriet (ze wisten het, maar niemand heeft mij geholpen; het was al die tijd dus onterecht …; dit gaat dus nooit meer weg …). Een periode die afhankelijk van de heftigheid van de emoties en de zich ontvouwende inzichten en consequenties, meer als een lijdensweg dan wel een bevrijdingsweg kan worden ervaren. De identificatie op volwassen leeftijd als hoogbegaafd maakt namelijk, dat de betrokkene niet alleen zijn of haar zelfbeeld, maar ook de beelden over belangrijke anderen in zijn of haar leven én het eigen toekomstbeeld zal moeten bijstellen. Daarnaast heeft de hoogbegaafde volwassene een inhaalslag te maken in het ontwikkelen van adequatere zelfmanagement strategieën, de communicatie en interactie in de privé- en werksfeer, maar bijvoorbeeld ook qua leer- en werk strategieën.

Hoe verder – in eerste instantie- de omgeving er altijd naast heeft gezeten, hoe groter waarschijnlijk de discrepantie tussen het vermeende zelf en het werkelijke zelf. En hoe ernstiger vermoedelijk de reële gevolgen voor het dagelijks leven. Zoals definitief verspeelde kansen op een betere maatschappelijke positie en bij de werkelijke capaciteiten passend werk, door gefnuikte onderwijs- en scholingskansen. Voor een hoogbegaafde waarbij dit speelt, mogelijk zelfs gecombineerd met een of meerdere andere grote identiteit bepalende issues (bv. genderdysforie, homoseksualiteit en/of een psychiatrische diagnose uit de DSM), is te hopen dat hij of zij instantly adequate begeleiding zal kunnen krijgen van een goed opgeleide therapeut die alle facetten van hoogbegaafdheid en de andere identiteitsissues doorgrond. En dat deze begeleiding zolang als nodig zal zijn, mag voortduren.

Voor hoogbegaafde volwassenen waarbij de in de jeugd ontstane discrepantie tussen het vermeende zelf en het werkelijke zelf niet zo extreem groot is geworden, zijn verschillende hulpbronnen in het traject van bijstellen, bijleren en herstel beschikbaar. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het vergaren van en reflecteren op kennis en informatie over allerlei aspecten van hoogbegaafd zijn via boeken, blogs en lezingen. Maar ook om het kunnen uitwisselen van inzichten en ervaringen, het ervaren van herkenning en het ondervinden van steun van hoogbegaafde lotgenoten via posts of contacten op sociale media platforms en allerlei georganiseerde face-to-face ontmoetingen. Hoewel hoogbegaafden nogal eens de neiging hebben om te vinden dat ze alle problemen en uitdagingen in hun leven zelfstandig aan moeten kunnen, is sparren met of begeleiding door een in hoogbegaafde volwassenen gespecialiseerde coach of counselor tegenwoordig ook een optie. De gespecialiseerde coach of counselor beschikt niet alleen over veel (ervarings-)kennis en inzicht, maar ook over allerlei vaardigheden en instrumenten die een hoogbegaafde volwassene in staat stellen om zichzelf én anderen met nieuwe ogen te gaan zien, cognitieve en emotionele weerstanden te overwinnen en/of meer succesvolle copingstrategieën en gedragingen te ontwikkelen.

Lukt het, al dan niet met hulp en steun van buiten, om de eigen manier van hoogbegaafd zijn te gaan herkennen, erkennen en accepteren, dan komt er dus eindelijk grond onder de voeten. Weten wie je bent, niet alleen als persoon, maar ook in relatie tot anderen, maakt voor (her)ontdekte hoogbegaafde volwassenen een wereld van verschil. Voor sommigen weliswaar een klein verschil, voor anderen echter een enorm verschil. Het mooiste wat mij als coach kan overkomen is, dat een coachee helemaal open en opbloeit en zelf de regie over zijn of haar eigen leven weet te gaan voeren. Zowel op een veel krachtiger, als een veel veerkrachtiger manier. Een leven dat veel congruenter is met wie hij of zij daadwerkelijk is, wat hij of zij daadwerkelijk kan en vooral ook met wat hij of zij zelf wil!

Esther Backbier, 2 oktober 2017

Werken aan Leren – Coaching, Onderzoek & HRD-advies op hoogbegaafdheid bij volwassenen

 

Aanbevolen literatuur:

Horssen-Sollie, J. van (2015). Levensloopontwikkelingen in het zelfbeeld van hoogbegaafden. Delft: IHBV. (uitgegeven als eBook)

Rinn, A.N. & Bishop, J. (2015). Gifted Adults: A systematic Review and Analysis of the Literature. Gifted Child Quarterly, Vol. 59(4) 213-235.

Nauta, N. & Ven, van de R. (2017). Hoogbegaafde volwassenen. Zet je gaven intelligent en positief in. Utrecht: BigBusinessPublishers.

 

Geplaatst in Erkennen van hoogbegaafdheid, Herkennen van hoogbegaafdheid, Ontdekken van hoogbegaafdheid Getagd met , , , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*